. .

Ik moet..

ik moet nog huiswerk maken, de biebboeken terugbrengen, ik moet met mijn zoon naar de schooltuintjes, een cadeautje kopen voor een verjaardagsfeestje, ik moet de oppas regelen en betalen, naar de kapper en mijn moeder bellen en natuurlijk moet ik ook nog werken. Een paar mensen bellen, een aantal mailen. Boodschappen doen.

Alle taken en afspraken en beloftes vliegen door mijn hoofd. Mindfulness, denk ik, laat ik dat maar weer eens oppakken. Maar ik vind er de rust en de tijd niet voor. Ik kan me namelijk niet concentreren. En uitgerekend ik vroeg me gisteren stomverbaasd af hoe het toch kwam dat mijn middelste zoon zo’n moeite heeft om zijn hoofd erbij te houden op school of zich te concentreren op zijn huiswerk.

Want ik lijd aan precies hetzelfde euvel:  Ik kan me niet meer concentreren op één ding

Appjes, internet, de krant -alles leidt me af en mijn concentratieboog (iets waar ik vroeger nooit over hoefde na te denken) neemt zienderogen af. Konden we in 2000 nog 12 seconden onze aandacht vasthouden, nu is dat niet meer langer dan 8 seconden blijkt uit onderzoek van Microsoft in 2015[1]. Een goudvis heeft met 9 seconden een beter concentratievermogen. Wel kunnen we beter multitasken dan een goudvis blijkt uit hetzelfde onderzoek, dus je kunt zeggen dat we onze aandacht tegenwoordig gewoon verdelen.

Niks om je zorgen over te maken dus? Volgens Nicholas Carr, schrijver en Pulitzer-nominee, alles om je zorgen over te maken. Want doordat we steeds vluchtig bezig zijn en bijvoorbeeld continu korte tekstjes lezen, verandert ons brein definitief. En of we daarmee nog complexe materie kunnen verwerken is maar de vraag. [2]

Ook Manfred Spitzer[3], een Duitse psychiater, filosoof en auteur, waarschuwt al sinds 2012 voor de gevolgen van teveel computer-gebruik. ‘Digitale dementie’ noemt hij het: computers besparen ons weliswaar veel tijd maar hebben negatieve gevolgen voor ons brein. Zeker voor kinderbreinen, hun hersenen zijn immers nog niet af. En dat geraken ze ook niet, doordat kinderen niet meer leren die te gebruiken. Alles is immers terug te vinden op het internet.

[1] Microsoft attention spans online survey, Spring 2015, 2,000 Canadian respondents
[2] Nicholas Carr, the shallows. What the internet is doing to our brain. 2011

 

brain

In Digiziek[4] uit 2016 gaat Spitzer nog een stap verder en legt een verband tussen psychische problemen als depressie, concentratieverlies en obesitas, maar ook problemen als slapeloosheid en diabetes met het toenemende smartphone en internetgebruik. Is dit zo een beetje mijn toekomstperspectief of, erger nog, is dit misschien al wel met me aan de hand?

In China zijn de problemen inmiddels al zo erg dat jongeren naar ‘digitale detoxkampen’ worden gestuurd, waar ze een militair ingerichte behandeling van 6 maanden moeten ondergaan om van hun gevaarlijke verslaving af te komen.

Misschien is dat halve uurtje mindfulness toch nog net in te plannen. Daar schijnen overigens hele leuke meditatie en mindfulness apps voor te bestaan..

[3] Manfred Spitzer, Digitale Dementie, hoe wij ons verstand kapot maken, 2013
[4] Manfred Spitzer, Digiziek, pleidooi voor offline leven, 2016

Annette de Graaf

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
Go top