Grenzen aan groei

Bedrijven zijn ervan overtuigd dat hun kerntaken waardevol zijn. Ze gaan er voor, vol passie en gedrevenheid. De waarde van hun kerntaken en de manier waarop ze dit zo goed mogelijk proberen te doen, komen tot uiting in onze omzet en winst. Daarbij geldt hoe meer, hoe beter. Hoe meer omzet hoe meer het betekent dat de maatschappij onze taken dusdanig weet te waarderen dat zij hier geld aan willen uitgeven. Hoe meer winst hoe meer het betekent dat het bedrijf zijn taken met lage kosten en dus efficiënt uitvoert. Een duidelijke en eenvoudige manier waarop veel bedrijven werken.

De laatste decennia is er echter steeds meer een roep voor grenzen aan groei. Grenzen aan groei. Wat betekent het en waarom wordt er van ons verwacht dat we er iets mee doen in ons handelen? Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om te kijken waar die roep vandaan komt.

Het eerste geluid komt van de Club van Rome, een groep Europese wetenschappers die een verband heeft aangetoond tussen economische groei en de gevolgen voor het milieu. Hiermee werd voor het eerst aan bedrijven gevraagd om rekening te houden met hun omgeving.

Dat was nodig, want de negatieve effecten die bedrijven op de omgeving hebben, stond totaal niet op het netvlies

De roep is dan ook steeds luider geworden en komt van steeds meer kanten. De geroemde houding, voor meer omzet, voor meer winst, had gezorgd voor een tunnelvisie waarbij de muren van het bedrijf de grenzen met de buitenwereld vormden. Men verwijst naar de buitenwereld, maar voelt zich geen onderdeel van de wereld.

De eigen wereld is te comfortabel en de buitenwereld te complex. Het zicht op de schade die aan de omgeving wordt toegebracht, is ontnomen door de bedrijfsmuren die fungeren als platen voor de koppen van de werknemers. Ook de aarde is een abstract begrip en hoewel we erop, ermee en ervan leven staat het toch te ver van ons af. Niemand voelt zich eigenaar van de planeet. Hij is van ons allemaal. Hetgeen in de praktijk betekent van niemand.

Niemand die zich verantwoordelijk voelt voor de gehele aarde, terwijl we dat allemaal zijn. Dat klinkt activistisch. Tot we gaan beseffen dat wij en elk bedrijf onderdeel zijn van dat hele grote geheel. Ergens onderdeel van zijn brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Een zorgplicht zou je het kunnen noemen.

Het mooie is dat die zorg tegelijkertijd ook het belang van bedrijven dient. De grondstoffen die de basis zijn voor productie worden op die manier veiliger gesteld dan wanneer we totaal geen oog hebben voor de aarde en wat zij ons biedt.

Of onze drijfveer nu de liefde voor de aarde is of het dienen van bedrijfsbelang, het belangrijkst is dat we ons handelen dusdanig gaan aanpassen dat het resultaat van ons handelen de zorg voor de aarde reflecteert.

Reshma Ghisaidoobe

Close
Go top